Bewegingsstoornissen door medicijnen

Sommige medicijnen kunnen als bijwerking bewegingsstoornissen veroorzaken. Twee signalenstoffen in de hersenen, de neurotransmitters dopamine en acetylcholine, spelen een belangrijke rol hierbij. Wanneer medicijnen de werking van dopamine blokkeren, wordt de afgifte van acetylcholine gestimuleerd. Dit houdt mogelijk verband met het optreden van de bewegingsstoornissen.

Wat zijn bewegingsstoornissen?

Bij een bewegingsstoornis is de uitvoering van een beweging die u wilt maken verstoord. Vaak treden hierbij ook ongewilde bewegingen op. U kunt hierbij denken aan rusteloosheid, beven, murmelen, spiertrekkingen en stijfheid.

Er bestaan acute bewegingsstoornissen en tardieve bewegingsstoornissen. Acute bewegingsstoornissen ontstaan binnen enkele uren tot weken na de start van het geneesmiddel, tardieve bewegingsstoornissen na maanden tot jaren.

De volgende bewegingsstoornissen zijn beschreven:

  • Dystonie; langzame samentrekkingen van spieren en/of herhaalde bewegingen, soms resulterend in kramp. De spierkrampen komen vooral voor in het hoofd en de nek, minder vaak in de romp, armen of benen.
  • Dyskinesie; afwisselend spiertrekkingen en kortdurende abnormale standen resulterend in onwillekeurige bewegingen van de ogen, het gezicht, de nek en de hals (dyskinesie).
  • Geneesmiddel geïnduceerd parkinsonisme; wordt gekenmerkt door een verminderd vermogen om te bewegen (hypokinesie), stijfheid en rusttremor.
  • Tremor; het onvrijwillig trillen van een lichaamsdeel. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de rusttremor, in de onwillekeurig bestuurde spieren, en de actietremor die optreedt tijdens de samentrekking van een willekeurig bestuurde spier.
  • Acathisie; bewegingsdrang, stil blijven staan, zitten of liggen lukt niet.
  • Chorea; ongecontroleerde, trekkende bewegingen van de armen en benen. Letterlijk: ‘dans’.

Welke medicijnen kunnen bewegingsstoornissen veroorzaken?

  • Antipsychotica zijn de belangrijkste veroorzakers van bewegingsstoornissen. Er werd verondersteld dat de atypische antipsychotica (aripiprazol, clozapine, olanzapine, risperidon, quetiapine, sertindol) minder bewegingsstoornissen geven dan de klassieke antipsychotica. Onderzoek heeft aangetoond dat dit niet zo is.
  • Het anti-misselijkheidsmiddel metoclopramide.
  • Cinnarizine en flunarizine.
  • Antidepressiva, met name de SSRI’s, bij tricyclische antidepressiva komt dit minder voor.
  • De anti-epileptica carbamazepine, lamotrigine en valproinezuur.
  • Ook bij de volgende middelen zijn bewegingsstoornissen gemeld: NSAID’s, antivirale middelen, ranitidine, cisapride en bepaalde cardiovasculaire medicijnen (onder andere amiodaron, diltiazem, methyldopa en nifedipine).

Kenmerken van bewegingsstoornissen door medicijnen

Bij bewegingsstoornissen door medicijnen is er een dosis-respons relatie; een hogere dosering verhoogt de kans op deze bijwerking. Bewegingsstoornissen door medicijnen verdwijnen tijdens de slaap, hun ernst vermindert tijdens ontspanning en neemt toe door spanning.

Behandeling

Wanneer u merkt dat u een bewegingsstoornis hebt, kunt u het beste contact op nemen met uw arts. De bewegingsstoornis kan worden behandeld door de dosering van het middel te verlagen en/ of door het geven van medicijnen (zogenaamde parasympathicolytica). Wanneer de stoornis door een antipsychoticum is ontstaan wordt het gebruikte middel vaak vervangen door het antipsychoticum clozapine.


Trustpilot
Betalen met iDeal Betalen met Visa Betalen met Maestro   Onlinegeschillenbeslechting

Een moment geduld aub...

Toegevoegd aan je winkelmand

Verder winkelen
Naar kassa en afrekenen
Verder winkelen
Naar kassa en afrekenen